Het boekje "lijn 10" is geschreven door Peter Pronk en verkrijgbaar bij bijvoorbeeld Paagman, en van Stockum ISBN nummer 978 94 91168 024
In Den Haag had je in de jaren vijftig en zestig veel bioscopen. Ik kan zo, zonder moeite, de namen van zeker vijftien bioscopen opnoemen. Na enig naslagwerk, bleken dat er meer dan vijfentwintig te zijn geweest. Vanuit mijn huis gezien was het “Rembrandtheater” op het Lorenzplein, de dichtstbijzijnde. Een film van Catharina Valente en Peter Alexander over een circus heb ik hier zeker viermaal achter elkaar gezien, en in één week tijd. Weg zakgeld.
In het centrum waren de meeste bioscopen gevestigd met natuurlijk het “Asta theater” en de “Passage” als bekendste. In “Asta” draaiden de grote spektakelfilms als bijvoorbeeld, “Ben Hur“, “55 dagen Peking” , “De langste dag” en nog vele, vele andere klassiekers. In de “Passage” werden de premières van de James Bond films gehouden.
Ja, dat was eigenlijk toch wel een apart verhaal, die Bond films. De eerste Bond film, “Doctor No” genaamd, gaf mij een inkijk in een totaal andere wereld, die niet de onze was. Die van warme tropische eilanden, luxe, sportauto’s en mooie vrouwen (hoewel dat laatste voor mij toen nog wat minder meetelde) én om niet te vergeten ook futuristische speeltjes. Je weet wel, speciale horloges, koffers met geheimen en nog veel meer ongein die nu te boek staan als zwaar achterhaald. Je kunt wel zeggen dat James Bond ons de ogen heeft geopend. In ieder geval die van mij. Vooral de films met Sean Connery vond ik top. Mijn favorieten waren en zijn, “From Russia with love” en “Thunderball.” Ook die gave titelsongs gezongen door Mat Monroe en Tom Jones vind ik nog steeds super.
Weken voor de première van een grote film gonsde het al door filmminnend Den Haag. Iedereen wilde hem zo snel mogelijk zien om mee te kunnen praten. Voor spaghettiwesterns gingen we naar “Rex” in de Lange Poten. Als ik mijn ogen dichtdoe, zie ik nog zo het geschilderde affiche van de film “For a Few dollars more” gespeeld door Clint Eastwood. Clint heeft mij heel wat aangename uren bezorgd. De spaghettiwesterns kijk ik nog geregeld, maar nu thuis. Schitterende lelijke koppen van de slechteriken die uiteindelijk allemaal het loodje leggen tegen de superieure schietkunst van Clint en dat allemaal onder begeleiding van ongeëvenaarde filmmuziek van Ennio Morricone. “Olympia” was een ander verhaal, dat was een low budget bioscoop. Daar speelden oude films tegen lage prijzen. Top bioscoopje.
Op de Carnegielaan stond het trotse “Metropole” theater. Als dertienjarige heb ik hier de “Westside Story” wel zes keer gezien. Gelukkig was het donker in de zaal. Als “man” wil je natuurlijk niet gezien worden met tranen in je ogen.
In de Kettingstraat was “Studio” gevestigd. Dit was een klein theater dat toen al een beetje aan het vervallen was. We (lees mijn vrienden Anton, Ad, Rene en ik) zaten een keer op rij 2. Dit was zo dichtbij het scherm dat we bijna aan de film meededen. Onze benen legden we dan op de leuning van de voorste rij, en ja hoor, de hele eerste rij kwam los van de grond en donderde voorover.
De theaters in de Boekhorststraat met de klinkende namen; “Hollywood”, “Flora” en “Roxy” werden bezocht voor gangster- en cowboyfilms en veel later voor natuurfilms, zal ik maar zeggen.
Van al die bioscopen is er volgens mij niet één meer over. Zelfs het trotse en fraaie Metropole is uiteindelijk als een van de laatste filmtheaters door de sloophamer geveld. Om plaats te maken voor weer een appartementenblok zonder de fonkelende uitstraling van sterren op het doek.